Ruïne van het Slot van Beuningen, gebouwd in 1437.

Terwijl donkere wolken zich samenpakken valt het kleine torentje van wat ooit een heus slot is geweest te Beuningen extra op. Onheilspellend doen de oude verweerde stenen je beelden van verwoesting oproepen. Ridderverhalen die hier in werkelijkheid opgevoerd werden.

Gebouwd in het begin van de 15e eeuw op de plek waar eeuwen daarvoor al hof “Den Wildenburg” gebouwd werd, op naam van een familietak die al in de 13e eeuw uitstierf. De naam van het kasteel werd “Den Blanckenburgh”, er zou een dubbele gracht rondom het kasteel gegraven zijn en men had een voorburcht en boomgaarden rondom het kasteel.

Het aanzien bleek slechts van korte duur, al in het midden van de 18e eeuw was het slot in vervallen toestand en ruim 100 jaar later in 1863 werd het kasteel gesloopt. Enkel het torentje en wat fragmenten van de omringende muur zijn nog zichtbaar.

Amsterdamse Poort te Haarlem, een stadspoort uit omstreeks 1400.

Net buiten het centrum van Haarlem staat de Amsterdamse Poort, deze Haarlemse stadspoort is de enige overgebleven poort van de oorspronkelijke twaalf stadspoorten die de stad kende. De stadspoort die men vroeger Spaarnwouderpoort noemde is gebouwd rond het jaar 1400.

Volgens een legende zou tijdens de tachtigjarige oorlog, scheepsbouwer en houthandelaar Kenau Simonsdochter Hasselaer de stadspoort zo goed verdedigd hebben tegen de Spaanse aanvallers dat deze nagenoeg intact behouden bleef.

 

Haarlemse vaardagen 2017 van 26 juli tot 30 juli.

Wat is het leuk als je zo van uit het niets opeens langs het Spaarne al die met vlaggetjes versierde bootjes ziet liggen. Ik wist van niks en het was al zeker 15 jaar geleden dat ik een Haarlem ben geweest.

Het bleek te gaan om de jaarlijkse “Haarlemse Vaardagen”, op woensdag 26 juli 2017 was de vloot van de VRSP (Vereniging van Schippers voor Ronde- en Platbodem jachten) neergestreken langs de oever van het Spaarne. Tot zondag 30 juli worden er allerlei evenementen georganiseerd.

 

 

 

Het verdriet van een koe, de zomervlieg.

Koeien staan statig in het landschap, als immer kalme dieren schuifelen ze door het gras. In het voorjaar zich niet bewust van de naderende zomer; die zomer die ons in het water doet springen en naar de zonnebrand creme doet grijpen. Die zomer vol terras, geluid, donkere nachtbrillen en een diepe ontkenning van herfst, als zouden wij één jaargetijde voor zijn op de koe.

Vliegen dartelen rondom zijn ogen als soep, tranen vloeien over zijn wangen en zijn getekende huid, hij die het het land lijkt te hebben aan die zomer; waarin ik mij omdraai en verder fiets – bruin als de koe zijn vlekken zal ik niet worden – wat doet het er ook toe – je zal maar een oogoase voor vliegen, muggen en andere kleinschalige onverlaten zijn.