Wageningen

Hotel de Wereld en Nationaal Monument in Wageningen.

Op het 5 Mei Plein te Wageningen staat het Nationale Bevrijdingsmonument. De mannelijke naakte figuur die zijn armen ten hemel heft, weerspiegeld het moment dat de werkelijkheid binnendringt dat men na vijf vreselijke jaren bevrijd is van de bezetting terwijl men in alle naaktheid beseft dat men zoveel heeft geleden en achter heeft moeten laten in die bange jaren.
In de sokkel zijn leeuwen uitgehakt en de mens die er zich dapper boven uit verheft.

Het monument draagt de volgende inscripties:

Verlos mij uit der leeuwen muil
Zo zal ik Uwen naam mijne broederen vertellen
In het midden der gemeente zal ik U prijzen
Psalm 22: 22,23

Gij, die voorbij gaat, denkt gij vaak genoeg
Hoe was uw lot als niet, die dag in Mei
Gebreideld werd, wiens klauw en beet U sloeg?
Toen is Uw land bevrijd!
Ook Gij ! Ook Gij !
Prof. dr. E. L. Smelik

En in 1982, toen men besloot om de capitulatie van Japan gelijktijdig met de ondertekening van de vrede in Hotel de Wereld te gedenken, werd onderstaande inscriptie aangebracht:

Na de capitulatie op 15 augustus 1945
van Japan werd 2 september 1945
aan boord van de USS Missouri in de
baai van Tokio het dokument van de
overgave aan de geallieerden mede
ondertekend door luitenant-admiraal
C.E.L. Helfrich namens het Koninkrijk
Der Nederlanden

Het beeld gemaakt door Han Richters werd onthuld op 13 september 1951.

Hotel de wereld is vooral beroemd als de plek waar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de capitulatie onderhandelingen plaats vonden tussen de Duitse generaal Blaskowitz en de Canadese generaal Charles Foulkes. Men kwam op 5 mei tot een overeenkomst, en deze dag wordt nog jaarlijks gevierd. De daadwerkelijke overgave werd echter pas een dag later ondertekend zonder aanwezige pers in de aula van de Landbouwschool.

Het Hotel de Wereld raakte na de Tweede Wereldoorlog in verval en er werd zelfs een sloopvergunning afgegeven. Zover is het gelukkig nooit gekomen, en het Hotel staat vandaag de dag fier gerestaureerd in het stadsbeeld.

Arboretum Belmonte tuin te Wageningen in het voorjaar gezien.

Aan de rand van Wageningen, richting Renkum ligt het prachtige Belmonte Arboretum park. Het park is eigenlijk een grote tuin vol met prachtige Rhododendron struiken, Prunus sierkersen, Magnolia’s en nog veel meer. Nu in het voorjaar staat er veel in bloei, en straks over enkele weken zullen de meeste bomen ook wel weer groen zijn.

Belmonte betekend “mooie berg”, en de tuin ligt dan ook verdeeld over de randen van de Wageningse Berg, en je hebt vanaf sommige plekken een prachtig uitzicht over de Neder-Rijn en de Betuwe. Voor wie de namen van de verschillende bomen, struiken en heesters wil weten zijn er overal naambordjes aangebracht.

Vogelkijkhut in de natuurgebied de Blauwe Kamer, Wageningen.

Tussen de Neder-Rijn en de Grebbeberg ligt het prachtige natuurgebied de Blauwe Kamer, hier kun je genieten van de ongerepte natuur, wandelen langs de Galloway runderen, de ruïnes van de vroegere steenfabriek bekijken en vanuit de vogelkijkhut de talloze vogels bestuderen die hun plek in het natuurgebied hebben gevonden. Al wandelend door het park hoorde ik geritsel in de struiken en zag even later een grote vos hard wegrennen, maar er schijnen ook bevers te zitten.

Ruïnes Blauwe Kamer Wageningen bij zomer.

Wat onheilspellend, standvastig maar toch ingenomen door de natuur die haar bramenstruiken met doorns, weelderig en zonder gené door de uitgesleten brosse openingen van wat eens een fiere steenfabriek was laat sluipen.

De stenen doen hun best, terwijl de geur – die zalvende prikkeling – zich verpletterend vast hecht in mijn door de warmte geopende poriën, dat drassige vochtige terrein waar je kleverig in de modder wegzakt, waar insecten je bespringen als een te verwelkomen prooi die door deze wereld die zo zelfingenomen, de menselijke aanwezigheid heeft teruggedrongen naar het verleden zelf.

Hier is niet langer plaats voor mensen, hier waar niemand zichzelf laat zien, als de machinekamer van een gedachte, waar je nooit in of tussendoor kunt wroeten zonder gestoken te worden door een wesp, een bij, een steekmug of ander getransformeerd ongedierte wat je belet verder te treden.

De wind laat de bladeren aan de boomtakken, over mijn schouders schuren, wat een vreemde sensatie geeft die weer afgewisseld wordt door het momentum; minstens 4 sprinkhanen zitten tussen de haartjes op mijn onderbenen verweven en zijn niet van plan te wijken voor mijn indringerschap; ik ga terug. Het natuurlijke verloop van plaatsen die als gesloten koffers voortleven.

 

blauwe-kamer-waginingen-steenfabriek-ruine (4)

 

muur-steenfabriek-blauwe-kamer

toegang-steenfabriek-blauwe-kamer

blauwe-kamer-waginingen-steenfabriek-ruine (1)

blauwe-kamer-waginingen-steenfabriek-ruine (2)

blauwe-kamer-waginingen-steenfabriek-ruine (3)

ruine-steenfabriek-blauwe-kamer

Voormalige steenfabriek de Blauwe Kamer in Wageningen.

De schoorsteen van de voormalige steenfabriek de Blauwe Kamer staat nog trots in het landschap als een overlevende van een verloren tijdperk. De steenfabriek die in 1975 definitief dicht ging stamt uit 1881 en maakte toen nog gebruik van veldovens. Klei gewonnen uit de uiterwaarden werd via een onhandig proces met de hand gekneed en vervolgens met vormen in steenformaat gehakt. Vervolgens werden deze nog natte kleiblokken in de buitenlucht gedroogd. Zodra voldoende gedroogd werden ze op de small kant gezet en daarna gestapeld in lange rijen van 20 lagen hoog. Als het regende moesten de stenen uiteraard ook nog afgedekt worden.Daarna konden de stenen de veldoven in, een grote rechthoekige oven met dikke muren.

De stenen werden in de oven opgestapeld en moesten dan langere tijd bakken. Het bakken van een zo’n partij stenen (ongeveer 50.000 per keer) in de oven samen met het afkoelen en in de oven plaatsen kon wel 4 weken duren. In de wintermaanden kon men uiteraard niet werken. Een heel onhandig en gebruiksonvriendelijk proces dus.
In 1918 kreeg de fabriek een ringoven. Dit was een enorme vooruitgang. De oven die vooraan het terrein stond kon eenmaal op dreef wel 500.000 stenen per week bakken. Deze oven bestond uit 22 kamer en door haar ellips vorm konden er continu nieuwe stenen gebakken worden. Het mooie hieraan is dat in de ene kamer stenen werden afgebakken terwijl in de volgende kamer door deze warmte de vormelingen al weer werden voorverwarmd.

Via een ingenieus systeem van rookkanalen en ventielen werd er controle uitgeoefend op het bakproces. Door het enorme aantal stenen wat zodoende geproduceerd kon worden groeide de welvaart ook en het is zelfs bekend dat vrijwel de gehele wijk Tuindorp in Utrecht gebouwd is met stenen afkomstig van de Blauwe Kamer.

De oven werd met kolen gestookt. Deze kolen werden per schip aangevoerd over de Neder-Rijn en vervolgens met een treintje naar de ovenzolder gebracht vanaf de oever. Vanaf de ovenzolder doseerde de stoker de kolen op zo’n manier dat het vuur in 2 weken rond kon gaan door de ringoven. In het midden centraal stond de grote schoorsteen die zowel zuurstof toevoerde als schadelijke brandgassen afvoerde. Nu staat er nog ongeveer de halve schoorsteen die oorspronkelijk ruim 65 meter hoog was.

De schoorsteen is zowat ingenomen door de natuur van de Blauwe kamer, het was mij dan in eerste instantie ook niet duidelijk dat de ringoven nog toegankelijk was. Het gebied dat nu dezelfde naam draagt als de voormalige steenfabriek was al in 1636 in gebruik als buitenplaats of hofstede onder de dezelfde naam. Ongeveer 10 jaar voor het sluiten in de jaren 60 werd de fabriek nog gemoderniseerd door in een nieuw gebouw aan de westzijde van het terrein droogruimten in te richten. Oorspronkelijk werden de stenen gedroogd op natuurlijke wijze in langwerpige droogschuren op de ringdijk. Dit duurde zeer lang en was ook niet heel effectief.

In de nieuwe droogruimtes werden de stenen mechanisch gedroogd, dat wil zeggen de stenen werden opgestapeld met voldoende ruimte tussen de stapels om er een karretje doorheen te laten rijden met daarop een ventilator die de stenen gelijkmatig droogde. Toen de fabriek midden jaren 70 definitief dicht ging kregen deze droogruimten een nieuwe rol als restaurant en bezoekerscentrum.

Nu ging ik met het veerpontje naar de Blauwe Kamer, echter in het verleden voer er hier ook al een veerpont die de klei van de Opheusdense kant overbracht naar de steenfabriek. Met kipkarren (ijzeren kiepwagens met spoorrails eronder) werd de klei op de pont gezet. Na de oversteek stond een locomotief klaar die de karretjes aanhaakte en over het smalspoor naar de fabriek bracht.

blauwe-kamer-rhenen-dikke-schoorsteen-steenfabriek (3)

oude-hijskraan-steenfabriek-blauwe-kamer

blauwe-kamer-rhenen-dikke-schoorsteen-steenfabriek (1)

blauwe-kamer-rhenen-dikke-schoorsteen-steenfabriek (2)

Galloway-runderen-blauwe-kamer-Wageningen (2)

Galloway-runderen-blauwe-kamer-Wageningen (1)

voormalige-steenfabriek-blauwe-kamer-Wageningen (2)

ringoven-blauwe-kamer-Wageningen

voormalige-steenfabriek-blauwe-kamer-Wageningen (3)

voormalige-steenfabriek-blauwe-kamer-Wageningen (4)

voormalige-steenfabriek-blauwe-kamer-Wageningen (5)

voormalige-steenfabriek-blauwe-kamer-Wageningen (9)

voormalige-steenfabriek-blauwe-kamer-Wageningen (6)

voormalige-steenfabriek-blauwe-kamer-Wageningen (8)

voormalige-steenfabriek-blauwe-kamer-Wageningen (7)

voormalige-steenfabriek-blauwe-kamer-Wageningen (1)