Een zonnebloem in ruste op de trap des tijds.

Verloren met haar hoofd omlaag gekeerd op de stenen langs de rivier lag de zonnebloem er als een vergeten in staat van ontbinding verkerende herinnering aan de zomer bij. Het seizoen is voorbij en ik kon niet anders dan de zonnebloem oppakken terwijl in mijn hoofd melodramatisch Frank Boeijen zong…Zeg me dat het niet zo is; een verroeste ladder, een trap, laddertje tijd, naar het hiernamaals verzwikt in de eeuwigheid, hing de zonnebloem gesteund op haar laatste eindjes zomer; gereed om nog eenmaal op te kijken en de laatste stralen zonlicht in haar vezels te laten doordringen; de trap des tijds, tijdvak zonnebloem, kreunende ouderdom – honger naar later of juist eerder – verzetsheld op stutten onderweg naar het thuisfront – een ondergaande zonnebloem.

Invallen..