Jean-Paul Opperman (1980).

Als kind kon ik dagenlang verdwalen in verhalen, momenten die mij toelieten in een geheel andere wereld te verblijven. Ik wilde deze momenten voor mijzelf meemaken; mijn eigen verbeelde wereldjes.

Perspectief en techniek bestond niet – dat zou pas later komen op de grafische opleiding. Wat dan ook gebeurde en daarna kwam de Rietveld Academie en nog daarna de vele jaren van angst. Waar sta ik zelf, wat is mijn passie, en wat is door een opleiding aangeleerde passie? Kiezen voor succes of voor jezelf?

Uiteindelijk bood de fotografie een uitweg uit deze impasse, opnieuw kijken naar mijn omgeving, beleving vinden om mij heen. Wandelen door de dag, architectuur leren kennen, stedelijke geschiedenis, de natuur – de tulpen die ritselen in de wind, de rivier die golft als een onderdeel van mijn bloedstroom…geen geschoold iemand zijn, maar een overgave aan het kijken zelf.

Kijken, beleven en intensiveren.

Als kunstenaar ben ik expressief en terwijl voor mij het maken van een foto altijd de essentie heeft van de “boel” op scherp zetten is het maken van een “nieuw” beeld voor mij iets wat voorkomt vanuit opborrelende mythologische drijfveren.

Het idee om een schijnbaar verloren taal te spreken, een magische eigen beeldentaal; wapens op het schaakbord in een duel tussen de corruptie van herinneringen en de spontaniteit van kijker te mogen zijn.

Dier en Mens, Yin en Yang,

dompteur van het zijn als beroep, ja – dat lijkt mij wel wat.

 

Close Menu