Zodra mensen verhuizen naar een woon- zorgomgeving, breekt een ingrijpende fase aan, voor de mensen zelf en hun naasten.

Een gereguleerd dagritme geeft duidelijke structuur in een omgeving met nieuwe mensen en nauwelijks overeenkomsten met de bekende en geliefde vroegere leefomgeving.

Het eigen maken van de verschillende ruimtes en op elkaar lijkende gangen is voor mensen met cognitieve achteruitgang een belastend en langdurig proces.

Dit proces verloopt niet zoals vroeger na een verhuizing; het interne navigatiesysteem kan minder goed een mentale kaart van de omgeving maken.

Desoriëntatie, zoekgedrag en agitatie komen hierbij ook veelvuldig voor, waardoor de druk op het zorgteam toeneemt.

Vanuit mijn achtergrond ontwikkel ik toegepaste schema’s met als resultaat meer rust door een verbeterde oriëntatie. Dit verlaagt agitatie en het zorgteam kan zich meer op kerntaken concentreren.